beestjes

Gijs is niet meer

Gijs

Onze lieve kat Gijs is na een paar zieke dagen ingeslapen deze week. Hij kon niet meer. De dierenarts was zo lief om s’avonds om 22:00 uur nog aan huis te komen om Gijs te verlossen van zijn pijn. We zijn haar dankbaar, ook al is het verdriet groot.

Het begin

Vier jaar geleden kochten we een huis, met een kat. Dat wisten we niet toen natuurlijk. Het was een huis met een tuin, met daarin een half ingestort kippenhok. In dat kippenhok woonde Gijs, een grote zwarte kat.

Onze buurvrouw aan de overkant vertelde hoe Gijs achter was gebleven nadat zijn baasje, Juffrouw Jansje, op 99-jarige leeftijd overleed. Juffrouw Jansje woonde in het huis naast ons. Ze had meerdere katten die allemaal ergens geplaatst zijn, maar gek genoeg Gijs niet. Buurvrouw meldde ook dat het een valse kat was, die beet en kon krabben. Zij en andere buren hebben sindsdien altijd eten gegeven. Zo hier en daar kon hij in een schuur slapen. Gijs kreeg de kans om bij zijn oude huis naar binnen te komen maar Gijs weigerde een stap over de drempel te zetten daar. Waarom weet niemand.

Het was een dag in maart. We hadden net de sleutel en er stond een heerlijk zonnetje met de belofte van de aankomende lente in de lucht. Ik zat op het randje van het kippenhok om van de zon te genieten. Terwijl ik met mijn ogen dicht zo’n beetje zat te soezen voelde ik iets zachts op mijn been. Tussen mijn wimpers door zag ik een zwarte poot het terrein verkennen. Eerst mijn knie, toen mijn dijbeen, toen met 2 zwarte poten, en heel voorzichtig kwam de grote zwarte katerkop van Gijs in zicht. Tergend langzaam kroop hij met zijn hele lijf op mijn schoot. Ik durfde niet te bewegen, niet te aaien, want tja, een valse kat. Ik sloot mijn ogen weer en voelde het grote zwarte lijf op mijn schoot ontspannen. Onze eerste ontmoeting. Samen genietend van de zon en elkaars warmte. De verbinding was er meteen.

Gijs kijkt even de mens uit de boom

Niet vals maar bang

Gijs bleek niet zo vals, eigenlijk alleen maar bang. Als je Gijs van voren benaderde dan ging vaak zijn enorme zwarte poot waarschuwend omhoog. Luisterde je niet dan kon hij brommen en uithalen. Nog niet genoeg om je af te schrikken, dan pakte hij met beide poten je hand en beet erin. Dit alles werd in het begin met nagels en tanden uitgevoerd, maar naarmate de tijd verstreek en Gijs gewend raakte aan ons, bleven nagels uit en werden de beten zachte kneepjes. Hij wilde geen kwaad doen. Ook wilde hij niet dat je aan zijn achterkant zat, artrose bleek later. Hij was dan ook al wat op leeftijd, rond 14 jaar werd er door de buren geschat.

Niet vals maar wel een vrijkous! Kroelen op zijn kop, onder zijn kin, zijn wangen, zijn oren, en alles werd beloond met een gelukzalig en zeer luid gespin. Alsof hij jaren aan het inhalen was (wat waarschijnlijk het geval was). Zodra ik ergens ging zitten sprong hij op schoot. Of hij kwam met opgeheven staart achter me aan rennen door de tuin en eiste dan om gekroeld te worden door gewoon op mijn voeten te gaan staan met zijn achterpoten. ‘Zo, jij kan niet meer weg’ leek hij dan te denken.

De weg naar binnen

Mijn wederhelft vond Gijs een geweldige kat, maar keek streng en zei: ‘het is een buitenkat, dus hij komt er niet in! ‘Oh echt?’…dacht ik, maar hield wijselijk mijn mond. Na een heerlijke zomer waarin we volop aan het verbouwen waren werd het herfst en winter. Gijs mocht inmiddels wel een plekje in de schuur en liep zo af en toe door het huis te banjeren als alles open stond. Doordeweeks waren we aan het werk in Amsterdam en dan voerde de buurvrouw Gijs in de schuur. In het weekend scharrelde Gijs steeds vaker gezellig met ons mee naar binnen. En als dan de houtkachel aan ging (de enige verwarming die we hadden toen) lag hij zo tevreden snorrend op de bank dat de man het niet over zijn hart kon verkrijgen om hem de kou in te sturen. ‘En ja’, opperde ik dan, ‘voor onze buurvrouw op leeftijd was het toch ook geen doen, in die koude tochtige schuur eten geven zonder verlichting’. Dus het kattenluik kwam er, en ook een klein lichtje wat aanging op beweging. ‘Maar onder geen enkel beding in de slaapkamer’ gromde mijn onverschrokken ega. Tot er op een avond, op het voeteneinde van het bed, een grote zwarte opgerolde hoop intens geluk lag te spinnen met zijn ogen toegeknepen en zijn staart over zijn neus. Keurig in een hoekje, niet veel ruimte innemend, zo lekker rustig, dat kon toch geen kwaad? ‘Ik moet er geen last van hebben!’ kwam er weer grommend. En voor een hele tijd leek Gijs deze boodschap te begrijpen. Totdat Gijs bedacht om ons te bedanken voor dit heerlijke plekje. Midden in de nacht kwam hij dan luid spinnend over ons heen hobbelen om ons in het gezicht te trakteren op een kopje. Niet echt een lief klein zacht kopje, maar een snoeiharde kopstoot, het liefst op je neus of in je oog. Dit herhaalde hij dan net zo lang tot hij geaaid (door mij) of weggeduwd (door de man) werd. De aandoenlijkheid van die kopstoot en dat grote zwarte lijf vol liefde zorgde voor vergeving. En zo sliep Gijs elke avond op bed, ook als we er niet waren.

Goedemorgen Gijs

Gelukkige Gijs

Gijs knapte op van een beetje een verfomfaaide schuwe buitenkat naar een glanzende goed doorvoede zelfverzekerde huiskat. Hij bracht nog wel vaak muisjes mee naar binnen als cadeau voor ons, en sloeg regelmatig buurkatten vakkundig uit de tuin, maar hij hield vooral van slapen op de vensterbank, op het bed of op mijn schoot. Met de arrogantie van wat alleen een kat kan hebben, koos hij uit wie hij wilde begroeten en wie hij eens ging negeren. Zo kon hij straal langs je lopen als je vol enthousiasme wilde laten zien aan iemand hoe lief hij was geworden. “Sorry, ik heb je nog nooit gezien” leek hij te denken.

Gijs op zijn oprit

Doordeweeks terroriseerde Gijs vooral de overbuurvrouw door voor haar deur luid te gaan klagen dat we er niet waren. Aandacht! En wel nu meteen vond hij. Dan ook wat snoepjes als het kan. Ze liet zich altijd charmeren door zijn grote zwarte kop met die opvallend gele ogen.

In maart dit jaar liet ik Amsterdam precies op het goede moment achter om fulltime in Friesland te gaan wonen. Corona en de stad is een slechte combinatie, terwijl het leek of het in Friesland nauwelijks bestond. Gijs en ik spendeerden lente en zomer veelal in elkaars gezelschap. Niet helemaal synchroon want Gijs sliep graag uit tot een uur of 11. Dan had hij nog een uurtje nodig voor overpeinzingen en daarna wilde hij wel aangehaald worden of op schoot klimmen, liefst als het niet uit kwam. Ik ben een watje wat dieren betreft, dus liet ik steevast alles vallen om Gijs te kroelen en te wachten tot het heerschap het weer verkoos van mijn schoot af te springen. ‘Gijshemel’ zei de buurman dan als hij ons zag zo samen.

‘knappe kop die mij weg krijgt hier…’

Ouderdom?

Gijs was al eens naar de dierenarts geweest omdat hij zijn vacht zo slecht verzorgde. Artrose was wat hem tegen hield om zich te buigen om overal bij te komen. Een pijnstiller elke dag en het ging weer beter. Wel sliep hij steeds meer. Liefst op bed in het zonnetje. Hij zat ook minder lang op schoot. Ouderdom en nog wat last van zijn artrose dachten we. Verder was hij aanhankelijk, zelfs speels hier en daar en at hij goed. Tot op die maandag, dat hij al zijn eten uitspuugde en de hele dag bleef spugen. S’avonds om 20:30 uur nog naar de dierenarts en de volgende dag weer. opknappen deed hij niet echt, maar ik dacht dat hij wat verkeerds gegeten had. Uit het bloedonderzoek bleek een ontstoken alvleesklier, mogelijk kanker, er bleek niets meer aan te doen…

Ode aan de dierenarts

Onze dierenarts heeft een ongelooflijke warme betrokkenheid getoond in de 3 dagen dat Gijs ziek was. Zo konden we s’avonds om 20:30 uur nog terecht de eerste dag van zijn ziekte. En toen het niet meer ging liet ze haar gasten thuis zitten om Gijs thuis te laten inslapen. Alsof ze alle tijd van de wereld had zat ze op de grond bij hem in de keuken terwijl ik pogingen deed om het afscheid geen tranendal te laten worden. Mislukt natuurlijk. In alle rust heeft ze hem laten inslapen en tegelijk ons de tijd gegeven om dit te aanvaarden. Na 2 dagen kwam er een persoonlijk kaartje waarin ze ons sterkte wenste met het verlies. Petje af voor deze dierenarts!

Tot slot…

Gijs ligt onder het olijfboompje, met zijn favoriete plant op zijn graf: kattenkruid. Hij kon met gelukzalig toegeknepen ogen liggen rollen door deze plant, die hem dan in een soort trance leek te brengen. Ik brand een kaarsje elke dag uit dankbaarheid voor de stapels liefde die deze bijzondere kat ons heeft gegeven. Dag lieve Gijs…

Gijs is niet meer
Dag lieve Gijs

[gwolle_gb]

7 reacties

  • Gossé

    Hey Sara,
    Wat een geweldig verhaal over jullie stoere Gijs.
    Dat zal helpen het verdriet iets te verzachten. Wegnemen gaat helaas niet, maar dat het een speciale kat was is wel duidelijk. Jullie hebben hem wel gehad, en dat telt. Hij koos jullie uit om bij te komen wonen, een groter compliment kun je toch niet krijgen van een kat:)
    Liefs Gossé

  • Henriette

    Zo’n potje ‘ik ken jou niet’ heb ik ook wel ’s meegemaakt van Gijs. Wat een fijn verhaal en wat een prachtplek onder de boom.
    Sterkte.

  • Ingeborg

    Wat een mooi ‘In Memoriam’ voor Kater Gijs. Zo treurig, altijd, als een kat aan het einde van zijn leven komt. Maar wat heeft ie een paar mooie laatste jaren gehad in jouw zorg, met veel aai, kroel en troetel en genieten van het goede leven! En nu zul je altijd nog even aan ‘m denken, bij het olijfboompje in de tuin. Wat zijn we toch rijk, met de katten in ons leven. De katten die nog bij ons zijn en alle katten die zijn geweest…

  • Priegel

    Wat ontzettend mooi geschreven Saar. Ik pink een traantje weg hier. Wat beschrijf je mooi de bijzondere band die je met Gijs had.

  • Rowena

    Jeetje, wat een bijzonder verhaal en je hebt het zo mooi opgeschreven, dat bij mij de tranen ook in mijn ogen springen. Sterkte, Sara!

  • Jantien

    Wat een ongelofelijk mooi en lief verhaal! En wat heeft Gijs een geluk gehad met jullie! 🍀😥🥀